Jaarruimte berekenen: zo bepaal je je pensioenruimte in 2026
Je berekent je jaarruimte met een vaste formule. Je neemt een percentage van je premiegrondslag, trekt daar de franchise vanaf en verlaagt de uitkomst met de pensioenopbouw die je al via een werkgever of pensioenfonds hebt (factor A). Het resultaat is het maximale bedrag dat je dit jaar aftrekbaar in een lijfrente of bankspaarproduct kunt stoppen. Omdat de bedragen jaarlijks veranderen, controleer je de uitkomst met de rekenhulp van de Belastingdienst.
Wat is jaarruimte?
Jaarruimte is de fiscale ruimte om zelf pensioen op te bouwen als je een pensioentekort hebt. Dat tekort ontstaat bijvoorbeeld als je als ondernemer of zzp'er geen pensioenregeling hebt. Het kan ook ontstaan als je regeling via je werkgever minder oplevert dan fiscaal is toegestaan.
De premie die je binnen je jaarruimte inlegt, mag je in box 1 aftrekken van je inkomen. Je betaalt daardoor minder inkomstenbelasting. Later is de uitkering wel belast. Het voordeel hangt dus af van het tarief waartegen je nu aftrekt en het tarief waartegen je later de uitkering ontvangt.
De formule voor de jaarruimte
De berekening ziet er in grote lijnen zo uit:
Jaarruimte = 30% × (premiegrondslag − franchise) − 6,27 × factor A
Dit zijn de onderdelen:
| Onderdeel | Wat is het? |
|---|---|
| Premiegrondslag | Het inkomen waarover je de ruimte berekent. Voor een ondernemer is dat gebaseerd op de winst, voor een werknemer op het loon. Er geldt een maximum: in 2026 telt maximaal € 137.800 aan inkomen mee. Na aftrek van de franchise bedraagt de maximale grondslag voor de berekening € 118.628. |
| Franchise | Een bedrag dat je van de premiegrondslag aftrekt, omdat je daarover al AOW opbouwt: in 2026 bedraagt de franchise € 19.172. |
| Factor A | De pensioenaangroei in het voorgaande jaar door een regeling via werkgever of pensioenfonds. Heb je geen regeling, dan is factor A nul. |
Heb je geen pensioenregeling, dan is je jaarruimte dus hoger. Heb je een goede regeling via je werkgever, dan houd je vaak weinig of niets over.
Stappenplan: zo bereken je het
Je jaarruimte hangt af van gegevens over een eerder jaar. Daarom pak je eerst de juiste cijfers erbij.
- Bepaal je premiegrondslag. Als ondernemer baseer je die op je winst. Hoe je die precies vaststelt en welke posten meetellen, staat bij de Belastingdienst. Als werknemer kijk je naar je loon.
- Zoek je factor A op. Die staat op het pensioenoverzicht dat je werkgever of pensioenuitvoerder je geeft, meestal als "pensioenaangroei" of "factor A". Twijfel je, vraag het dan bij hen na.
- Trek de franchise af van je premiegrondslag en pas het percentage toe.
- Verminder de uitkomst met de factor-A-correctie uit de formule.
- Vergelijk met je ruimte uit eerdere jaren (reserveringsruimte, zie hieronder).
- Controleer het resultaat met de rekenhulp van de Belastingdienst voordat je geld overmaakt.
Wat mij bij deze berekening vooral opvalt, is hoeveel verschil pensioenopbouw via een werkgever kan maken. Neem een inkomen van € 60.000 in 2025. Na aftrek van de franchise van € 19.172 blijft € 40.828 over. Daarvan is 30% ongeveer € 12.248. Zonder pensioenopbouw via een werkgever is dat in dit vereenvoudigde voorbeeld je jaarruimte voor 2026. Maar wanneer je factor A bijvoorbeeld € 1.000 bedraagt, gaat daar nog € 6.270 vanaf. Dan blijft ongeveer € 5.978 over. Daarom zou ik nooit zomaar uitgaan van het maximale bedrag, maar eerst controleren hoeveel pensioen er al is opgebouwd.
Reserveringsruimte: ongebruikte jaarruimte uit eerdere jaren
Heb je in eerdere jaren niet je volledige jaarruimte benut, dan kun je dat deels inhalen. Dit heet reserveringsruimte. Voor de reserveringsruimte gelden een aantal regels:
- Je kunt maar een beperkt aantal jaren terugkijken: in 2026 mag je maximaal 10 jaar terugkijken, naar niet-benutte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025.
- Er geldt een maximum per jaar, uitgedrukt als percentage van je premiegrondslag: in 2026 bedraagt de maximale reserveringsruimte € 42.753. Dit is een vast jaarlijks maximumbedrag en geen percentage van je premiegrondslag. Je persoonlijke reserveringsruimte kan lager zijn.
- Je kunt de reserveringsruimte alleen gebruiken voor zover je die niet al hebt benut.
- Welke jaren je mag meenemen en hoe het maximum werkt, hangt af van je situatie. Controleer dat in de rekenhulp.
Dit is handig als je in goede jaren meer winst maakt dan in slechte jaren. Je kunt dan in een goed jaar extra inleggen en daarmee je belastingdruk verlagen.
Wat mag je met de jaarruimte doen, en waar let je op?
Je kunt de ruimte gebruiken voor een lijfrente of een bankspaarproduct bij een bank of verzekeraar. Let hierbij op het volgende:
- Voorwaarden aan het product. Alleen producten die aan de wettelijke eisen voldoen, geven recht op aftrek. Vraag de aanbieder uitdrukkelijk of het product daarvoor geschikt is.
- Uiterste betaaldatum. Voor premies over een bepaald jaar geldt een uiterste datum: je mag de lijfrentepremie alleen aftrekken in het kalenderjaar waarin je deze daadwerkelijk hebt betaald. Wil je de inleg aftrekken over 2026, dan moet deze uiterlijk op 31 december 2026 door de aanbieder zijn ontvangen. Een storting in januari 2027 kun je niet alsnog aftrekken over 2026, ook niet als je de reserveringsruimte uit eerdere jaren gebruikt.
- Aangifte. Je geeft de betaalde premie op in je aangifte inkomstenbelasting. Bewaar de jaaropgave van de aanbieder.
- Vastzetten van geld. Het geld is bedoeld voor je oude dag. Eerder opnemen of afkopen kan leiden tot een naheffing of boete. Ook andere voorwaarden kunnen dan gaan gelden.
- Je totale situatie. Je hebt misschien ook geld nodig voor een buffer, aflossing of een bedrijf. Leg dus niet automatisch het maximum in.
Het is verstandig om een onafhankelijk financieel adviseur of pensioenadviseur te raadplegen als je veel wilt inleggen, als je situatie complex is of als je twijfelt over de gevolgen voor je fiscale positie.
Ik zou zelf niet automatisch mijn volledige jaarruimte benutten, alleen omdat dat belastingvoordeel oplevert. Geld dat je in een lijfrente stopt, kun je namelijk niet zomaar weer opnemen. Daarom spreekt beleggen via een lijfrenterekening mij aan voor het deel dat echt voor later bedoeld is, terwijl ik daarnaast voldoende vrij beschikbaar vermogen wil houden. Zeker wanneer je inkomsten per jaar verschillen, geeft een financiële buffer meer vrijheid. Het belastingvoordeel is mooi meegenomen, maar voor mij zou de beschikbaarheid van mijn geld minstens zo belangrijk zijn.
Veelgestelde vragen
Wie heeft recht op jaarruimte?
In principe iedereen met een pensioentekort die inkomen heeft in box 1. Dat geldt vaak voor ondernemers zonder pensioenregeling en voor werknemers met een beperkte regeling. Heb je een uitgebreide regeling via je werkgever, dan is de ruimte klein of nul.
Moet ik mijn jaarruimte volledig benutten?
Nee. Het is een mogelijkheid, geen verplichting. Wat je niet gebruikt, kan onder voorwaarden in latere jaren als reserveringsruimte beschikbaar blijven. Leg alleen in wat past bij je financiële situatie en je plannen.
Waar vind ik mijn factor A?
Factor A staat op het pensioenoverzicht of de jaaropgave van je werkgever of pensioenuitvoerder. Staat het er niet op, vraag het dan bij hen na. Heb je geen pensioenregeling, dan is factor A nul.
Bronnen
- Belastingdienst – Jaarruimte en reserveringsruimte (rekenhulp en uitleg)
- Belastingdienst – Lijfrente en aftrek van lijfrentepremie
- Rijksoverheid – Pensioen opbouwen als zelfstandige
- Kamer van Koophandel (KVK) – Pensioen voor zzp'ers en ondernemers
- Autoriteit Financiële Markten (AFM) – Sparen voor je pensioen via lijfrente en banksparen